De aanschaf van een volledig elektrische auto wordt op diverse wijzen fiscaal gestimuleerd.

De belastingvoordelen zijn een lagere fiscale bijtelling gedurende een termijn van 60 maanden,

een MRB- en BPM-vrijstelling en een Milieu-investeringsaftrek (MIA).


Gemaximeerd

Voor volledig elektrische auto’s geldt een korting op het bijtellingspercentage van 22%. Dit kortingspercentage wordt de komende jaren in fases afgebouwd. Daarnaast wordt sinds

2019 deze korting gemaximeerd. In 2020 is de korting maximaal € 6.300 (dit komt voor

nieuwe auto's neer op een bijtelling van 8% alleen voor de eerste € 45.000 van de catalogusprijs),

in 2019 was deze korting nog maximaal € 9.000. In 2021 is de korting maximaal € 4.000, in 2022,

2023 en 2024 maximaal € 2.400 en in 2025 maximaal € 2.000. Vanaf 2026 geldt voor alle auto’s

een bijtellingspercentage van 22%.



Tabel

2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026

Kortingspercentage 18% 14% 10% 6% 6% 6% 5% 0%


Bijtelling 4% 8% 12% 16% 16% 16% 17% 22%


Begrenzing lage tarief 50.000 45.000 40.000 40.000 40.000 40.000 40.000 N.V.T.


Stel u koopt een auto met een cataloguswaarde van € 70.000. Koopt u de auto in 2020 bedraagt de bijtelling: 8% x € 45.000 + 22% x € 25.000 = € 9.100. In 2021 bedraagt de bijtelling: 12% x € 40.000

+ 22% x 30.000 = € 11.400. Als u de auto derhalve pas aanschaft in 2021 krijgt u te maken met een hogere fiscale bijtelling van € 2.300. Bij 49,5% inkomstenbelasting betekent dit een belastingnadeel

van € 1.138.


MRB en BPM-vrijstelling Voor volledig elektrische auto’s geldt een vrijstelling voor de MRB. Deze MRB-vrijstelling zal naar verwachting tot en met 2024 gehandhaafd blijven. In 2025 zal een 1/4 tarief gelden en vanaf 2026

zal er geen korting meer op de MRB worden gegeven. Tot en met 2024 is de volledig elektrische

auto vrijgesteld van BPM. Vanaf 2025 zal een vast bedrag van € 360 gaan gelden.


Milieu-investeringsaftrek (MIA) Voor een volledige elektrische auto’s kunt u gebruik maken van de MIA. Deze aftrek bedraagt 13,5%.

De elektrische auto komt maximaal voor € 40.000 (investeringsbedrag) in aanmerking voor de MIA.

De maximale aftrek bedraagt derhalve € 5.400. Voor de MIA moet u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting (Let er op dat dit het bestelmoment is en niet het moment van ingebruikneming!) een melding doen bij RVO.nl.

4 keer bekeken

Wijzigingen in de inkomstenbelasting


Per 1 januari 2021 wordt het heffingvrije vermogen verhoogd van € 30.846 naar € 50.000. Voor partners wordt het heffingvrije vermogen per 1 januari 2021 € 100.000. De schijfgrenzen die horen bij het berekenen van het forfaitair rendement uit sparen en beleggen worden opnieuw vastgesteld, de tweede schijf begint bij een box 3-vermogen van € 100.000 en de derde schijf bij een vermogen van € 1.000.000. Het tarief in box 3 wordt verhoogd van 30% naar 31%.


Tarief en heffingskortingen Het tarief van de eerste schijf IB/LB wordt verlaagd van 37,35% naar 37,10%. Voor AOW-ers gaat het tarief eerste schijf van 19,45% naar 19,20%. Voor hen gaat het tarief in de tweede schijf van 37,35% naar 37,10%. De verhoging van de arbeidskorting uit 2022 wordt al in 2021 ingevoerd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2021 verlaagd, om deze vervolgens in 2022 weer te verhogen.


Afbouw zelfstandigenaftrek De afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld. Vanaf 2021 wordt deze verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van € 250).


Wijzigingen in de vennootschapsbelasting


Aanpassing tarieftabel vennootschapsbelasting Het hoge VPB-tarief blijft 25%. Het lage VPB-tarief gaat van 16,5% naar 15%. De eerste tariefschijf wordt verlengd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022.


Onbeperkte voorwaartse verliesverrekening Per 1 januari 2022 wordt een in tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening voorgesteld. Verliezen zijn (zowel voorwaarts als achterwaarts) tot een bedrag van € 1 miljoen aan belastbare winst volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst zijn de verliezen slechts tot 50% van de hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar.(Opmerking: Het is nog niet helemaal duidelijk of deze onbeperkte voorwaartse verliesverrekening ook voor de inkomstenbelasting gaat gelden).


Invoeren fiscale coronareserve (COVID-19) Bij het bepalen van de in het jaar 2019 genoten winst kan een fiscale coronareserve worden gevormd voor het gehele of gedeeltelijke zogenoemde ‘coronagerelateerde verlies’ dat zich naar verwachting in het jaar 2020 voordoet. Het ‘coronagerelateerde verlies’ betreft het verlies voor zover dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis. De fiscale coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 die zou zijn behaald zonder de vorming van een fiscale coronareserve. De fiscale coronareserve wordt in het jaar volgend op het jaar waarin deze reserve is gevormd, volledig in de winst opgenomen.

17 keer bekeken
  • S.Jacobs

De huidige handhaving van de Wet DBA is opgeschort. Hierdoor krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers tot 1 januari 2021 in principe geen boetes of naheffingen als achteraf toch een dienstbetrekking wordt geconstateerd. Dit najaar hakt het kabinet de knoop door voor een eventuele verdere verlenging van dit handhavingsmoratorium. Dat blijkt uit de Prinsjesdagbrief van staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) met fiscale moties en toezeggingen over 2020 aan de Tweede Kamer.


Pilot webmodule


Dit najaar volgt eerst een pilot met een aangekondigde webmodule. Die webmodule is een online vragenlijst om opdrachtgevers duidelijkheid en waar mogelijk zekerheid te geven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. Na een halfjaar pilot zal worden bezien in hoeverre (gefaseerd) met handhaving kan worden gestart. Het huidige handhavingsmoratorium loopt af op 1 januari 2021. Het kabinet neemt volgens Vijlbrief in het najaar een beslissing over verdere verlenging van dit moratorium. Tijdens het handhavingsmoratorium handhaaft de Belastingdienst alleen als een opdrachtgever kwaadwillend blijkt, of als opdrachtgevers na aanwijzingen van de Belastingdienst hun werkwijze niet binnen een redelijke termijn aanpassen (in de meeste gevallen tot 3 maanden) wanneer blijkt dat sprake is van een dienstbetrekking.

14 keer bekeken